Wat te doen met 'aard- en nagelvaste' kunstwerken bij een verbouwing of restauratie

Eind 1998 heropent het ingrijpend verbouwde en gerestaureerde Gemeentemuseum in Den Haag. Hierop breekt een publieke discussie los. Muurschilderingen uit de jaren tachtig in de trappenhuizen zijn bij de restauratie verwijderd.

Het is voor de Commissie Museale Gedragslijn (voorloper van de Ethische Codecommissie voor Musea) de aanleiding om een advies uit te brengen over de vraag: hoe moeten museumdirecties handelen bij het vernietigen van kunstwerken in het kader van een verbouwing of restauratie?

De commissie constateert allereerst dat kunstwerken die ‘aard- en nagelvast verbonden’ zijn aan het gebouw ook tot de collectie behoren. De regels voor collectiebeheer zijn hier dus op van toepassing.  De Gedragslijn museale beroepsethiek (voorloper van de Ethische code voor musea) bepaalt dat de beslissing en de werken waar het om gaat goed (fotografisch) gedocumenteerd moeten worden. Ook moet het museum de kunstenaar (of erfgenamen/zaakwaarnemers) tijdig inlichten. Tenslotte is het van belang dat een beslissing tot verwijdering van een kunstwerk past in een goed gemotiveerd collectieplan en alleen kan worden genomen als vernietiging absoluut onvermijdelijk is.

Musea die niet aan deze richtlijnen voldoen handelen in strijd met de gedragslijn.

Download hier het advies (pdf)