Uitstel nieuwe museumdefinitie ICOM

Nieuws | 10 sep 2019

Het International Council of Museums (ICOM) heeft een nieuwe museumdefinitie aangekondigd: een definitie die het bestaansrecht en de kerntaken van musea omschrijft. Op de Algemene Vergadering van ICOM (7 september 2019, Kyoto) heeft ruim 70% van de leden gestemd voor uitstel van deze nieuwe definitie.

ICOM wijdt zich aan de promotie en de ontwikkeling van musea en het museumwerk op internationaal niveau. De voorgestelde museumdefinitie luidt: “Musea zijn democratiserende, inclusieve en meerstemmige ruimtes voor kritische dialoog over het verleden en de toekomst. Terwijl ze de conflicten en uitdagingen van het heden erkennen en aanpakken, houden ze artefacten en exemplaren in beheer voor de samenleving, bewaren ze uiteenlopende herinneringen voor toekomstige generaties en garanderen ze gelijke rechten en gelijke toegang tot het erfgoed voor alle mensen.

Musea hebben geen winstoogmerk. Ze zijn participatief en transparant en werken in actief partnerschap met en voor diverse gemeenschappen om inzichten in de wereld te verzamelen, te bewaren, te onderzoeken, te interpreteren en te tentoonstellen. Met als doel bij te dragen aan de menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid, wereldwijde gelijkheid en planetair welzijn.”

De Museumvereniging

De Museumvereniging gaat met het Landelijk Contact voor Museumconsulenten in gesprek over de toetsbaarheid van de nieuwe definitie als onderdeel van de herijkte Museumnorm 2020. De Museumnorm en eventuele verandering van lidmaatschapscriteria vereisen instemming van de leden van de Museumvereniging; we zijn niet verplicht de internationale definitie onverkort over te nemen.

Als brancheorganisatie volgen we met interesse de actualisering van de ICOM-museumdefinitie. In een snel veranderende wereld is het goed om in internationaal verband te discussiëren over de plaats van musea in de maatschappij. Om zo op lange termijn een breed publiek te kunnen blijven verbinden aan de collecties in ruim 400 musea in Nederland.

Wat is er gewijzigd in de voorgestelde definitie?

Abstracte benadering
In vergelijking met de vorige definitie is er duidelijk gekozen voor een meer abstracte, filosofische benadering van de term ‘museum’. De kerntaken worden nog wel benoemd: verzamelen, bewaren, onderzoeken, interpreteren en tentoonstellen. Helaas wordt de term afstoten niet aangehaald; er wordt geen aandacht geschonken aan het herbestemmen buiten het museale domein.

Betrekken van de gemeenschap
Om de kerntaken uit te voeren dienen musea actieve partnerschappen (samenwerkingen) met gemeenschappen aan te gaan. Impliceert dit dat het uitvoeren van de kerntaken niet meer ‘slechts’ en alleen tot de rol de museummedewerker behoren, maar dat coproducties met de lokale en diverse gemeenschap een voorwaarde zijn? Dit vraagt meer dan alleen een doordacht educatiebeleid: het vraagt ook een reflectie op de interne bedrijfsvoering van het museum.

Waarden gebaseerde definitie
We zien deels de vijf maatschappelijke waarden van musea doorschemeren in de definitie. Waaronder de Verbindende waarde. Musea zijn de schakel tussen het verleden en heden. Niet langer staan musea slechts ‘ten dienste van de samenleving’ – waar de vorige definitie vooral op focuste – maar zouden volgens de nieuwe definitie ook in staat moeten zijn om een ‘kritische dialoog’ aan te gaan. Impliceert dit dat musea een eigen stem laten horen? Musea zouden dit kunnen opvatten als een uitnodiging om twijfelachtige herkomst te onderzoeken en onthullen.

Wat is er in de nieuwe definitie hetzelfde gebleven?

Het not-for-profit beginsel blijft in tact: museale collecties dienen een publiek belang en mogen niet worden ingezet voor het maken van winst. Musea dienen alle inkomsten ten goede te laten komen aan de statutaire doeleinden.

Deel dit nieuws