Belangen musea zo goed mogelijk behartigen

De Museumvereniging voert sinds het uitbreken van de coronacrisis in Nederland een actieve lobby om de belangen van musea tijdens deze crisis zo goed mogelijk te behartigen. Want ondanks dat de musea vanaf 5 juni 2021 weer open mogen, is de verwachting dat de beperkende maatregelen naar verwachting nog een tijd voortduren én dat ook de vraaguitval niet zomaar voorbij zak zijn.

100 miljoen voor cultuur en extra middelen via gemeenten en provincies

Het kabinet maakte 27 mei 2021 bekend dat zij opnieuw specifieke steun voor de culturele en creatieve sector beschikbaar stelt. Voor het derde kwartaal – juli tot september – wordt 45 miljoen beschikbaar gesteld voor instellingen in de Basisinfrastructuur (BIS) en rijksmusea in de Erfgoedwet. Makers ontvangen 25 miljoen aan directe steun. Daarnaast wordt er 25,75 miljoen aan leningen aan opengestelde monumenten beschikbaar gesteld.

Naast middelen voor landelijke instellingen komt er ook opnieuw steun via gemeenten en provincies ter beschikking voor lokale cultuur. Zo komt er 36,5 miljoen euro extra voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur. En via medeoverheden wordt 15 miljoen euro beschikbaar gesteld ter compensatie van de inkomstenderving, bijvoorbeeld voor het kwijtschelden van huur. Minister Van Engelshoven van OCW zal binnenkort in een Kamerbrief bovenstaande bedragen nader specificeren, voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg Cultuur op 14 juni waar de Kamer zich over dit steunpakket zal uitspreken.

Voortzetting generieke steun voor derde kwartaal, ook voor musea

Het kabinet maakte eind mei 2021 ook bekend dat voor het derde kwartaal de generieke steunmaatregelen worden verlengd. Nieuw is dat bij de bepaling van NOW 3 en 4 de TVL uitgezonderd wordt van het omzetbegrip. Verder verlengt het kabinet de aflossingstermijn van de opgebouwde belastingschulden van 36 naar 60 maanden.  

Lobby gaat door

Met heropening van musea per 5 juni 2021 en de toezegging van extra steun is voor musea een grote zorg weggenomen. Desalniettemin gaat de lobby onverminderd voort. De beperkende maatregelen duren naar verwachting nog een tijd voort én de vraaguitval zal niet zomaar voorbij zijn. Daarom zijn er ook middelen nodig voor herstel en transitie naar een duurzame sector.

Oproep aan gemeenten

Half december 2020 riep de Museumvereniging gemeenten op om ervoor te zorgen dat de steunpakketen die het kabinet heeft uitgetrokken voor cultuur ook daadwerkelijk daar komen waarvoor ze bedoeld zijn. Zo volgt er 150 miljoen euro ten behoeve van de lokale culturele infrastructuur bovenop de 120 miljoen euro die gemeenten al aan compensatie hebben ontvangen via andere routes. Om ervoor te zorgen dat het geld snel beschikbaar komt, heeft het kabinet in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten gekozen voor een ‘decentralisatie-uitkering’. Het is dus aan de raadsleden en het gemeentebestuur om te zorgen dat de middelen die de gemeente ontvangt daadwerkelijk aan cultuur ten goede komen. Ook minister Van Engelshoven roept gemeenten daartoe op. Met noodsteun via het Gemeentefonds zijn de raden en colleges in staat musea te ondersteunen in deze uitzonderlijke tijden. Bijvoorbeeld door huur te verlagen of gemeentebelastingen kwijt te schelden, door een tegemoetkoming in de kosten van de perioden van verplichte tijdelijke sluiting óf support om te kunnen heropenen door te voldoen aan een strikt protocol dat veilig en verantwoord museumbezoek mogelijk maakt, maar ook met een financiële stimulans om educatieve activiteiten en schoolbezoeken uit het primair en voortgezet onderwijs te intensiveren. Over de precieze invulling denken we als Museumvereniging graag met gemeenten mee.

Verdeling 482 miljoen

In het tweede sectorspecifieke steunpakket is 200 miljoen euro beschikbaar gesteld voor instellingen in de Basisinfrastructuur en Erfgoedwet, waaronder de rijkmusea en de regionale musea die van vitaal belang zijn. Daarvan is 49,75 miljoen euro voor kunstenaars en creatieve professionals waarmee ook musea samenwerken. 150 miljoen euro komt via gemeenten beschikbaar voor de zogeheten ‘cruciale lokale culturele infrastructuur’. Deze middelen zijn bedoeld voor gemeenten en zullen net als in het eerste steunpakket via het Gemeentefonds beschikbaar komen. Vooralsnog is dit budget echter niet geoormerkt, waardoor nog niet zeker is gesteld dat deze middelen terechtkomen bij de instellingen, zoals musea, waarvoor het is bedoeld. De Museumvereniging roept daarom de Tweede Kamer op om dit budget te oormerken door een doeluitkering.

Weeffouten in de uitvoeringssystematiek

Daarnaast zijn er met het beschikbaar stellen van 20 miljoen euro voor het behoud van private musea en kunstcollecties van nationaal belang ook middelen voor niet-gesubsidieerde musea gekomen. Net als bij andere musea die afhankelijk zijn van hoge publieksinkomsten - die in deze tijd zijn weggevallen - zijn bij hen de noden hoog. Helaas gaat de minister nog niet in op de weeffouten in de uitvoeringssystematiek waardoor noodsteun aan musea ongewenste en onbedoelde effecten heeft, zoals verlaging van de NOW.

Derde generieke noodpakket economie en banen

In de ministerraad is besloten over het derde generieke noodpakket economie en banen. Voor cultuur zullen generieke maatregelen – zoals de loonkostencompensatie NOW en tegemoetkoming vaste lasten – doorlopen tot 1 juli 2021. Lees hier het nieuwsbericht en lees hier de brief van de Minister van OCW.

Musea die tussen wal en schip vallen

Het sectorspecifieke steunpakket voor cultuur is voor musea broodnodig en daarom zeer welkom. De culturele en creatieve sector verwacht dit jaar € 2,6 miljard aan inkomstenderving. En eind deze zomer bleek uit een enquête van de Museumvereniging dat zo’n honderd musea verwachten hoogstens een jaar overeind te kunnen blijven als er niet meer doeltreffende steun op gang komt. Uit de enquête bleek dat musea die tussen wal en schip vallen doorgaans gemeentelijk gefinancierde musea zijn met minder dan 40.000 bezoeken per jaar en musea die vrijwel volledig afhankelijk zijn van inkomsten uit entreegelden en zalenverhuur. Musea hebben een tegemoetkoming nodig in de doorlopende kosten door de verplichte tijdelijke sluiting tot 1 juni en, sinds de heropening, door de beperkte bezoekcapaciteit vanwege de coronamaatregelen in de anderhalvemetersamenleving. 

Steunpakket van 300 miljoen extra is waardevol

Het eerder door de minister aangekondigde steunpakket van 300 miljoen extra voor cultuur is waardevol, maar de minister heeft zelf al aan de Tweede Kamer laten weten dat meer middelen nodig zijn. De Museumvereniging blijft daarom pleiten voor een bestuursakkoord tussen rijk, provincies en gemeenten voor passende steun aan álle musea: ongeacht grootte, type collectie, vestigingsplaats of wijze van financiering. Het steunpakket zou volgens de vereniging als volgt moeten zijn opgebouwd:

  1. Tegemoetkoming in de doorlopende huisvestingskosten van musea. Lees de brief hierover aan minister Ollongron hier.
  2. Investering in een Nationaal Herstelfonds dat overbrugging kan bieden in werkkapitaal, de vraaguitval kan keren en bezoek stimuleert.
  3. Verruiming van de Geefwet als fiscale stimulans voor kleine en gulle gevers aan culturele ANBI’s zoals musea. Lees de brief hierover aan staatssecretaris Vijlbrief hier.

Meer steun voor cultuur

In een serie van vier amendementen vroegen de PvdA, Groen Links en SP begin juni 2020 om meer steun voor cultuur. Als Museumvereniging ondersteunen wij de vier amendementen van harte. Een daarvan roept op om 200 miljoen euro extra ter beschikbaar te stellen voor eerder genoemde tegemoetkoming in huisvestingskosten van onder meer musea. De andere amendementen pleiten voor middelen voor zzp’ers en freelancers, een innovatiefonds en het niet-gesubsidieerde deel van de sector, want zonder steun dreigt er veel expertise en talent verloren te gaan voor de sector.

Taskforce culturele en creatieve sector

29 juni vond het Kamerdebat plaats over cultuur in coronatijden. Tijdens het debat stonden de corona-steunmaatregelen voor cultuur en de adviezen van de Raad voor Cultuur over de basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS) centraal. Samen met de taskforce culturele en creatieve sector pleit de Museumvereniging voor een Herstelplan, bestaande uit 5 punten wat ook hierboven genoemde steunpakket voor musea omvat. Het herstelplan dient als basis voor herstel van de culturele en creatieve sector en is bedoeld voor de volle breedte van de culturele en creatieve sector: van de individuele ZZP'er tot (grote) commerciële of gesubsidieerde bedrijven en alles wat er tussenin zit. 

Vijfpuntenplan taskforce culturele en creatieve sector

  • Zorg voor extra, sectorspecifieke steun;
  • Help gemeenten en provincies de fijnmazige culturele infrastructuur in stand te houden;
  • Creëer een Nationaal Herstelfonds;
  • Zet in op ruimhartig fiscaal beleid voor donaties, crowdfunding en legaten;
  • Bied een reëel perspectief op verdere heropening door experimenten.

Vraaguitval duurt langer dan coronacrisis zelf

Dit plan is niet alleen bedoeld voor 2020, maar loopt tot ver in 2021, omdat we weten dat de vraaguitval langer zal duren dan de coronacrisis zelf. Hoewel musea onder voorwaarden van 1 juni tot en met 18 november weer veilig en verantwoord hun deuren konden openen, is het leed nog zeker niet geleden. Zeker niet nu musea nu voor de derde keer verplicht moeten sluiten. Waar de gemiddelde derving van musea aan publieksinkomsten tijdens sluiting zo'n 10 miljoen euro per week is, is dat nog steeds - als musea weer iets van eigen inkomsten hebben - zo'n  5 tot 7 miljoen euro per week. Ook bij versoepeling van de coronamaatregelen staat het publiek nog niet in rijen voor de deur en zal ook internationaal toerisme nog een tijd op zich laten wachten. Voor 2021 verwachten we voor musea weliswaar stijgende bezoekersinkomsten, maar nog altijd slechts 40 tot 50%. Dus ook volgend jaar is de inkomstenderving aanzienlijk. 

De sector is afhankelijk van een gezonde economie

Na de bezuinigingen na de economische crisis is de museumsector minder afhankelijk geworden van subsidies, maar des te meer van een gezonde, sterke economie. Om overeind te blijven is steun en compensatie van doorlopende kosten hoognodig. 

Beschermen van collecties

De anderhalvemetersamenleving heeft als gevolg dat musea ook als zij weer hun deuren mogen openen minder publiek kunnen ontvangen. Dat betekent dat de inkomstenderving nog enige tijd zal doorlopen. Uiterste consequentie van het niet tijdig treffen van de eerdergenoemde maatregelen is – zo blijkt uit verschillende enquêtes die wij als Museumverenging onder onze leden hebben gehouden – dat 25% van de musea (vooral middelgrote en kleine musea die collecties van overheden beheren) omvallen. De collecties van deze musea worden veelal beschermd door de Erfgoedwet. De doorlopende materiële kosten, voor beheer en behoud, zullen een veelvoud bedragen van het herstelpakket waar de Museumvereniging om vraagt. 

Er is voor langere tijd financiële zekerheid nodig

Musea moeten het als zij per 10 februari 2021 weer open zijn vooral van hun vaste presentaties en eigen collectie hebben: voor investeringen in aankopen of tijdelijke tentoonstellingen met bruiklenen vanuit het buitenland gelden allerlei beperkingen. Bovenregionaal verkeer wordt zeker tot half december ontmoedigd, net als reizen per openbaar vervoer. Ook zal men zich niet zomaar in grote groepen en op drukke plekken begeven. Al met al is er voor langere tijd financiële zekerheid nodig, zodat een goed en toegankelijk cultuuraanbod in alle regio’s mogelijk blijft. Musea vormen een onmisbare pijler onder onze samenleving én economie. Hulp is nodig opdat iedereen door heel het land toegang houdt tot een enorm cultureel kapitaal dat van ons allemaal is.