Het doel van het onderzoek is inzicht krijgen in hoe kinderen het best kunnen worden gestimuleerd musea te bezoeken. Maar hoe doe je dat, meer kinderen naar het museum trekken? Om hier inzicht in te krijgen heeft de Nederlandse Museumvereniging zeven vragen geformuleerd.
In deze vragen is onderscheid gemaakt tussen gezinsbezoek en schoolbezoek en tussen kinderen die nooit en ‘wel eens’ een museum bezoeken. Ook over gratis toegang en vervoer zijn specifieke onderzoeksvragen geformuleerd:
1. Als de toegang gratis is, gaan kinderen dan daadwerkelijk vaker naar het museum?
2. Gaan scholen vaker met leerlingen naar een museum als de toegang en het vervoer gratis zijn of spelen andere zaken een beslissende rol?
3. Kun je kinderen via het web verleiden om een museum te bezoeken?
4. Hoe kunnen we zeker stellen dat ook in de toekomst zoveel mogelijk klassen naar het museum gaan, zo onafhankelijk mogelijk van subsidies?
5. Is het mogelijk met een jaarlijkse terugkerend event nationaal aandacht te trekken voor museumbezoek door kinderen, zodanig dat ook buiten de aandachtsperiode meer kinderen musea bezoeken?
6. Wat doen musea al om meer kinderen te trekken, hoe doen ze dat, wat kost het, wat is het resultaat en wat kunnen andere musea hiervan leren?
7. Gaan docenten, die zelf een Museumkaart hebben, vaker met hun klas naar het museum dan docenten die geen kaart hebben?

De vragen worden beantwoord door middel van marktonderzoek en kleinschalige experimenten. Uitgangspunt voor het marktonderzoek vormen verschillende aannames en vooronderstellingen over kinderen en museumbezoek. De experimenten onderzoeken nieuwe, mogelijke maatregelen om kinderen tot museumbezoek te verleiden. Bij succes moeten deze maatregelen landelijk kunnen worden ingezet. Bovendien gaat het bij de experimenten om maatregelen die, bij succes, langjarig kunnen worden gecontinueerd.