Hoe stimuleer je museumbezoek door kinderen in de basisschoolleeftijd?
Om deze vraag te onderzoeken heeft het vorige kabinet subsidie toegekend aan de Museumvereniging. Het onderzoek biedt een uitstekende basis voor het huidige en toekomstige kabinetten om te kunnen beslissen over effectieve methoden ter bevordering van het museumbezoek door kinderen.
Rapportages
In oktober 2012 is het addendum verschenen met de laatste onderzoeksresultaten. Het addendum is het vervolg op het wetenschappelijke rapport Stimulering van museumbezoek door kinderen door onderzoeksbureau’s APE en PPMC, dat verslag doet van de uitvoering van zeven kleinschalige experimenten. Hieruit blijkt hoe men kinderen het beste kan stimuleren musea te bezoeken tegen zo laag mogelijke kosten.
Dit rapport is op 14 november 2011 aangeboden aan Staatssecretaris Zijlstra tijdens het invitatiesymposium Kinderen en Museumbezoek in de Nieuwe Kerk te Den Haag. Daarnaast verscheen een populaire uitgave over de onderzoeksresultaten.
Aanleiding
Het project is een voortvloeisel uit plannen van het kabinet Balkenende 4 om alle musea gratis toegankelijk te
maken voor kinderen tot en met 12 jaar. Onderzoeken toonden echter aan dat het erg onzeker is of bij gratis toegang substantieel meer kinderen naar het museum gaan. Bovendien bleek uit onderzoek van de Museumvereniging dat met het beschikbare budget gratis toegang voor twee jaar gegarandeerd kon worden en niet de afgesproken drie of vier jaar. Toenmalig minister Plasterk achtte het, zeker in de context van de economische crisis, niet verantwoord een relatief groot bedrag in te zetten voor een tamelijk onzeker resultaat. Daarom vroeg hij de Museumvereniging onderzoek te doen naar alternatieve maatregelen om museumbezoek door kinderen te stimuleren. De afgelopen drie jaar is de Museumvereniging bezig geweest met het onderzoek.
Het onderzoek
Kernvraag van het onderzoek was: Hoe stimuleer je museumbezoek door kinderen tot en met 12 jaar? Voor het beantwoorden van deze vraag werden zeven deelvragen geformuleerd. Het antwoord op deze deelvragen werd verkregen met behulp van marktonderzoek en kleinschalige experimenten. Uitgangspunt voor het marktonderzoek vormden verschillende aannames en vooronderstellingen over kinderen en museumbezoek. De experimenten onderzochten nieuwe, mogelijke manieren om kinderen tot museumbezoek te verleiden. Bij succes moeten de experimenten landelijk kunnen worden ingezet. Bovendien gaat het bij de experimenten om maatregelen die, bij succes, langjarig kunnen worden gecontinueerd.

De zeven onderzoeksvragen
1. Als de toegang gratis is, gaan kinderen dan daadwerkelijk vaker naar het museum?
2. Gaan scholen vaker met leerlingen naar een museum als de toegang en het vervoer gratis zijn, of spelen andere zaken een beslissende rol?
3. Kun je kinderen via het web verleiden een museum te bezoeken?
4. Hoe kunnen we zeker stellen dat ook in de toekomst zoveel mogelijk klassen naar het museum gaan, zo onafhankelijk mogelijk van subsidies?
5. Is het mogelijk met een jaarlijkse terugkerend evenement nationaal aandacht te trekken voor museumbezoek door kinderen, zodanig dat meer kinderen ook buiten de aandachtsperiode naar musea gaan?
6. Wat doen musea al om meer kinderen te trekken, hoe doen ze dat, wat kost het, wat is het resultaat en wat kunnen andere musea hiervan leren?
7. Gaan docenten die zelf een Museumkaart hebben, vaker met hun klas naar het museum dan docenten die geen kaart hebben?
.