1) In hoeverre kan het projectteam Museale Verwervingen hulp bieden bij het onderzoek?
Het interne onderzoek moeten de musea zelf doen. Bij problemen en vragen over de aanpak van het onderzoek en over de herkomstgeschiedenis van objecten kan het projectteam ondersteuning bieden.
2) Van een zeer groot deel van de collectie is geen herkomst bekend en/of het staat niet in het registratiesysteem. Ook is een verhuizing gepland. Hoe moet ik starten met het onderzoek?
Uw museum is daarin geen uitzondering. Kijk vooral naar wat er wél kan. Inventariseer verder het gebrek aan gegevens en overleg met het projectteam over een aanpak.
3) Ons museum is gestart met het onderzoek en we merken dat sommige bronnen (b.v. inventarislijst en correspondentie) elkaar tegenspreken over de herkomsten. Kortom, hoe ga je om met de betrouwbaarheid van bronnen?
Het komt vaker voor dat dit soort situaties zich voordoen. We moeten echter roeien met de riemen die we hebben. Het advies is om alle tegenstrijdigheden goed te documenteren. Loopt u bij vervolgstappen aan tegen problemen die hier mee samenhangen? Neem bij vragen contact op met het projectteam om te overleggen.
4) Hoe zit het met de vertrouwelijkheid gedurende het onderzoek? Worden gegevens openbaar gemaakt op een website?
Tijdens het onderzoek is er een directe lijn tussen het museum en het projectteam. Dit gebeurt in strikte vertrouwelijkheid. Pas na het afronden van alle onderzoeken in 2012 worden de definitieve gegevens - waarover zowel de commissie als het museum hun goedkeuring hebben uitgesproken - gepubliceerd, waarschijnlijk in een rapport en op een website.
5) Is de politiek geïnformeerd over de start van dit onderzoek? Dit met het oog op het aanvragen van subsidies voor het onderzoek.
Ja, de koepels van overheden zijn over de start van het onderzoek geïnformeerd. Er is contact geweest met de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en het IPO (Interprovinciaal Overleg). Het projectteam bij de Museumvereniging wordt gefinancierd door subsidie vanuit OCW, dus ook de landelijke overheid is op de hoogte.
6) Onze collectie bevat veel aanwinsten via particulieren en kunsthandelaren. Het onderzoek zal dus een hoop vragen opleveren waarvoor ik ook buiten de deur onderzoek moet gaan doen. Wat als de kunsthandel b.v. niet meer bestaat?
Er zijn archieven van kunsthandelaren te vinden in het RKD, maar wellicht zijn er in concretere gevallen ook andere wegen om de archieven te achterhalen. Overleg daarom met het projectteam als je een lijst van kunsthandels hebt. Niet alles is oplosbaar, zo zal blijken. Dat is nu eenmaal zo. We hebben een inspanningsplicht om dit onderzoek zo goed mogelijk te doen, maar soms kan een spoor helaas doodlopen.
7) Is dit onderzoek een opmaat naar andere onderzoeken op ethisch gebied, zoals b.v. naar menselijke resten?
Nee, dit onderzoek gaat echt alleen over aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerde zaken. Er is echter wel een steeds groeiend bewustzijn over ethisch handelen in musea, dus je weet nooit of in de toekomst nog eens een onderzoek daaraan gewijd wordt.
8) Worden de kosten van onderzoek dat het projectteam voor ons museum doet doorberekend?
Nee, alle kosten die het projectteam maakt – dus ook voor eventueel onderzoek voor u of hulp en ondersteuning aan u - worden gedekt vanuit het budget van OCW.
9) Tot op welke hoogte is het archief van de Stichting Nederlands Kunstbezit onderzocht?
Bijna alle dossiermappen van het archief zijn tijdens eerder onderzoek al eens bekeken en onderzocht. Het archief is echter zeer omvangrijk en niet logisch geordend. Helaas is niets gedigitaliseerd. Indien u hier meer over wilt weten of onderzoek wilt gaan doen in dit archief neemt u dan eerst contact op met het projectteam. Zij hebben goede contacten bij het Nationaal Archief en kunnen hier wellicht uw vraag voor u uitzoeken.
10) Als er echt objecten gevonden worden die een problematische herkomstgeschiedenis hebben, worden dan erfgenamen benaderd en door wie?
De commissie zal overleggen met het museum over de vervolgstappen. Het projectteam kan eventueel helpen bij het zoeken naar de erfgenamen, maar het is aan het museum het initiatief te nemen. Het museum heeft in alles de laatste stem.
11) Gezien de aard van de collectie achten wij de kans klein dat er voorwerpen met een mogelijk problematische herkomstgeschiedenis in de collectie zijn. Moet we dan nog iets rapporteren?
Ja, we vragen dan wel aan ons te rapporteren waarom deze kans zo klein is. Het moet duidelijk worden wat aan onderzoek gedaan is en of serieus naar de herkomstgeschiedenis van de objecten gekeken is. Hier vindt u het rapportageformulier voor de afronding van de inventarisatiefase. Per periode kunt u aangeven waaruit uw onderzoek heeft bestaan. U wordt verzocht dit formulier in te vullen en naar het projectteam te sturen, per post én per mail. Dit is ook handig voor uw eigen administratie. U heeft nu goed gedocumenteerd welke stappen u heeft gezet en dat er niets is gevonden. Bij eventuele vragen over uw collectie heeft u een document waarin alles bij elkaar staat.
12) Niet elk museum heeft genoeg expertise in huis om te kunnen doen wat gevraagd wordt. Hoe lost u dat op?
Volledigheidshalve maken we onderscheid tussen gebrek aan capaciteit en gebrek aan expertise. Bij gebrek aan expertise - dus specialistische kennis - kan het projectteam in bepaalde gevallen ondersteuning bieden. Dit kan met literatuurtips en praktische adviezen waar u wat kunt vinden. In sommige gevallen komt iemand van het projectteam langs om ter plekke advies te geven. Het projectteam zal echter nooit uw onderzoek overnemen. De musea zijn zelf verantwoordelijk, ook voor de benodigde onderzoekscapaciteit.
13) We hebben nogal wat van het RCE in bruikleen. Gaan zij daar onderzoek naar doen?
Het RCE is inderdaad verantwoordelijk voor het onderzoek naar hun collectie.
14) Stel, mijn museum wil een externe onderzoeker in dienst nemen voor het onderzoek. Wie benaderen we dan? Heeft u tips?
Er zijn verschillende externe onderzoekers bekend bij het projectteam. Neemt u gerust contact op.
15) Waarom wachten we niet op claims, in plaats van al het onderzoek dat we nu moeten doen?
Daarop is een ethisch en een praktisch antwoord. Ethisch gezien behoort het tot de plicht van het museum het optimale te doen om kennis te verwerven over de collectie en de herkomst daarvan. Praktisch gezien blijf je - als je niets doet - tot in lengte van dagen in onzekerheid of een object wellicht geclaimd zal worden. 'Gaat die bruikleen naar de Verenigde Staten wel door? Want misschien wacht er daar wel een claim'. Je wilt maximale helderheid over je collectie.
16) Hoe liggen de verantwoordelijkheden bij herkomstonderzoek van (langdurige) bruiklenen?
Als het een museaal bruikleen betreft, is de eigenaar verantwoordelijk en voert het eigenaar-museum het onderzoek uit. Is de bruikleengever een stichting of een particulier, dan voert het museum dat het object in bruikleen heeft gekregen het onderzoek uit. Het museum neemt daarvoor contact op met de eigenaar en overlegt hoe het onderzoek aan te pakken.
17) Hoe te handelen bij het vermoeden dat een bruikleen een mogelijk problematische herkomstgeschiedenis heeft?
Als het museum constateert dat het object in bruikleen een mogelijk problematische herkomstgeschiedenis heeft, dan moet het allereerst de bruikleengever hiervan op de hoogte brengen. Gedurende het onderzoek kan het - tijdelijk - teruggeven van het object aan de bruikleengever een optie zijn. Het is raadzaam in goed overleg te kijken hoe dit probleem aan te pakken.
18) Voor de periode 1933-1940 en 1948-1954 wordt de musea gevraagd de directe herkomst van alle verwervingen nauwgezet te onderzoeken. Men moet erop letten waar de voorwerpen gekocht zijn. Moet het onderzoek zich ook richten op indirecte herkomst?
Ja, zij het dat dat veelal niet mogelijk is. Doel is de herkomstgeschiedenis zo volledig mogelijk te krijgen, ook voor de periode 1933-1940 en 1948-1954. Het onderzoek naar de directe herkomst van alle verwervingen heeft prioriteit voor deze tijdvakken. Het zou mooi zijn als van alle museale voorwerpen de gehele herkomstgeschiedenis in kaart kan worden gebracht.