Musea kunnen het publiek beter bedienen door verregaande samenwerking. Dit advies staat in het rapport Musea voor Morgen van de commissie onder leiding van prof. mr. Irene Asscher-Vonk, in opdracht van de Vereniging van Rijksmusea (VRM) en de Nederlandse Museumvereniging.
Beide verenigingen reageerden positief op het advies, zo bleek maandag op hun ledenvergaderingen. De leden willen snelle en concrete resultaten. Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging is verheugd: “Musea zijn ervan doordrongen dat samenwerken moet”. Ook Toine Berbers, directeur van de VRM is tevreden: “Met dit krachtige advies nemen de musea hun toekomst in eigen hand.” De VRM en de Museumvereniging starten de samenwerking meteen.
Irene Asscher-Vonk, directeur Siebe Weide en voorzitter Hans Kamps tijdens de Ledenvergadering van de Museumvereniging op 22 oktober (foto's Chris Reinewald)
De musea kunnen collectiebeleid, onderzoek, bruiklenen en tentoonstellingen meer op elkaar afstemmen. Net als in de organisatie van musea zelf, van collectieve inkoop of gedeeld werkgeverschap tot volledige fusie. De commissie roept musea op actief te zoeken naar samenwerkingspartners, zowel in als buiten de museale wereld. “Musea vertegenwoordigen een grote maatschappelijke waarde; die waarde is in het geding. Er is meer oog nodig voor samenwerking en synergie, in het belang van het publiek en de samenleving”, aldus Asscher-Vonk. Om samenwerking mogelijk te maken vraagt de commissie overheden musea een stabiele basis te geven en rust te garanderen voor een langere periode.
De commissie vindt ook dat er een debat moet komen over de toekomst van de musea met alle
belanghebbenden: publiek, overheden, politiek, maatschappelijke instellingen, bedrijfsleven en de musea zelf. Dat moet gaan over de functie van het museum in de samenleving en in samenhang daarmee over de inrichting van het museumveld. Het publiek moet daarbij centraal staan. Asscher-Vonk: “Musea moeten zich opnieuw bezinnen op de wijze waarop zij meer gezamenlijk, als branche, minder vrijblijvend kunnen opereren. Alleen dan kan waarde van musea voor de samenleving geborgd blijven.”
Aanleiding voor de opdracht van beide verenigingen was het op 21 mei 2012 verschenen advies van de Raad voor Cultuur. Na aankondiging van de omvangrijke Rijksbezuinigingen op cultuur in 2011 was dit advies voor veel Rijksmusea de eerste voorbode van een toekomst van minder overheidssubsidie of zelfs sluiting. In provincies en gemeenten spelen onder druk van bezuinigingen vergelijkbare ontwikkelingen; enkele musea zijn helaas al gesloten.
De commissie stond onder voorzitterschap van Irene Asscher-Vonk (emeritus hoogleraar sociaal recht Radboud Universiteit) en bestond uit Maarten Doorman (filosoof, hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur UvA, Universiteit Maastricht), Sjarel Ex (Museum Boijmans Van Beuningen), Edwin van Huis (Naturalis Biodiversity Center), Kees van der Meiden (TwentseWelle), Wim Pijbes (Rijksmuseum), Axel Rüger (Van Gogh Museum), Marjan Scharloo (Teylers Museum), Manfred Sellink (Musea Brugge) en Benno Tempel (Gemeentemuseum Den Haag). Toine Berbers (VRM) en Siebe Weide (Nederlandse Museumvereniging) woonden de vergaderingen bij als toehoorder. Claartje Bunnik (Bunnik Beleid en Advies) was secretaris.
Het rapport: Musea voor Morgen